Officiële documenten

Bijna alle zaken die te maken hebben met je echtscheiding, kunnen  uiteindelijk geregeld worden via de rechtbank. En die rechtbank heeft overal modellen voor. Of ze nou in Groningen of Middelburg staat.
Hieronder vind je een voorbeeld van zo’n model. Dit is het Procesreglement Alimentatieprocedure. Je kunt het doorlezen als je er zin in hebt, maar het hoeft zeker niet. Het is bedoeld om je een idee te geven van de documenten die je tegen kunt komen als je gaat scheiden. Schrik er niet van, want het ziet er enger uit dan het is.
Je hoeft het zeker niet te snappen. Alles wat er in staat, vind je in gewone mensentaal terug op deze site. Laat je tijdens je echtscheidingsprocedure niet imponeren door dit soort documenten. Je weet – als je deze site doorgelezen hebt – alles wat je weten moet. Voel je dus niet te dom om vragen aan jouw advocaat of die van je partner te stellen.

Procesreglement alimentatieprocedure
  
Inwerkingtreding 1 april 2002
  
  
1. Algemeen
  
1.1. Van alle berichten aan de rechtbank dient tegelijkertijd een afschrift aan de wederpartij te worden gezonden. Uit het bericht moet blijken dat hieraan is voldaan. 1.2. Op alle berichten dient het zaaknummer en/of rekestnummer te worden vermeld.
  
1.3. Indien niet aan het voorgaande wordt voldaan, wordt het bericht teruggezonden en wordt op de inhoud geen acht geslagen, tenzij het een verweerschrift betreft. 1.4. Voorzover met een rolmededelingensysteem wordt gewerkt, worden rolmededelingen als schriftelijke mededelingen in de zin van dit reglement beschouwd.
  
1.5. Een werkdag is niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag (Algemene Termijnenwet).
 
  
2. Indiening verzoekschrift
  
(zie ook artikelen 4, 278 en 799 Rv)
 
  
2.1. Iedere werkdag kan een verzoekschrift met bijlagen in tweevoud ter griffie worden ingediend. Indien sprake is van meer (dan één) belanghebbenden, dienen voor deze belanghebbenden extra verzoekschriften met bijlagen te worden bijgevoegd.
 
  
2.2. Bij de indiening van het verzoekschrift moeten de volgende bescheiden worden overgelegd:
  
een GBA-uittreksel van gerekwestreerde; gedateerd, gewaarmerkt en niet ouder dan drie maanden;
de echtscheidingsbeschikking en het bewijs van inschrijving;
de beschikking waarvan wijziging wordt verzocht; en bij kinderalimentatie tevens:
een afschrift van de geboorteakte(s) van het/de betreffende kind/kinderen.
  
2.3 Zodra het verzoekschrift is ontvangen, wordt het ingeschreven. Tevens wordt een ontvangstbevestiging met vermelding van het zaaknummer aan de procureur van verzoeker gestuurd.
  
 
  
Wanneer bij indiening van het verzoekschrift niet alle ingevolge artikel 2.2. over te leggen bescheiden ter griffie zijn binnengekomen, wordt dit bij voormelde ontvangstbevestiging tevens aangegeven. De ontbrekende bescheiden moeten zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk vóór afloop van de verweertermijn in één keer worden overgelegd.
  
 
  
Wanneer na afloop van de verweertermijn wordt geconstateerd dat verzoeker aan de verplichting van artikel 2.2. niet volledig heeft voldaan zonder dat daarvoor vóór afloop van de verweertermijn schriftelijk klemmende redenen zijn aangevoerd, zal verzoeker niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek. Indien niet tijdig schriftelijk klemmende redenen zijn aangevoerd, wordt er van uitgegaan dat verzoeker geen prijs stelt op een mondelinge behandeling.
  
 
  
2.4 Een afschrift van het verzoekschrift wordt aan gerekwestreerde en aan eventuele andere belanghebbenden gestuurd. Daarbij wordt de termijn vermeld, waarbinnen deze een verweerschrift kunnen indienen. Deze termijnen bedragen: a. binnen Nederland: 4 weken; b. buiten Nederland: 3 maanden.
  
 
  
Het afschrift van het verzoekschrift wordt, in geval nog geen procureur bekend is, door de griffie aangetekend verzonden.
  
 
  
3. Verweerschrift/referte
  
(zie ook artikelen 282, 801 en 803 Rv)
  
 
  
3.1. Indiening verweerschrift:
  
Op ieder moment tot aan de afloop van de verweertermijn kan een verweerschrift worden ingediend.
   
 
Het verweerschrift met eventuele bijlagen wordt in tweevoud ingediend.

  
Wanneer de draagkracht en/of de behoefte betwist wordt/worden, dienen bij het verweerschrift de bescheiden genoemd in artikel 5.3. te worden overgelegd.
  
 
  
3.2. Verzoek tot uitstel indiening verweerschrift:
  
Een verzoek tot uitstel indiening verweerschrift dient binnen de verweertermijn schriftelijk te worden ingediend. De procureur van verzoeker kan uiterlijk binnen één week na datering van het uitstelverzoek schriftelijk reageren.
  
Op het uitstelverzoek wordt als volgt beslist:
  
het eerste verzoek wordt altijd toegestaan voor een termijn van maximaal vier weken;
ten aanzien van de volgende verzoeken geldt:
 
• zij moeten met redenen zijn omkleed;
  
• de procureur van gerekwestreerde die uitstel verzoekt deelt daarbij mede of verzoeker instemt;
  
• wanneer verzoeker schriftelijk bezwaar maakt tegen de verlenging, zal het verzoek worden afgewezen, tenzij sprake is van klemmende redenen. Bij toewijzing zal een termijn van maximaal vier weken worden gegeven;
  
• wanneer verzoeker schriftelijk instemt met de verlenging, wordt het verzoek toegewezen, ook als de gevraagde termijn langer is dan vier weken, tenzij daardoor de procedure onredelijk wordt vertraagd. Van onredelijke vertraging is in het algemeen sprake als sinds de inschrijving van het inleidend verzoekschrift één jaar is verstreken. Voorzover het gevraagde uitstel deze termijn van één jaar overschrijdt, wordt het afgewezen. Als voor afloop van deze termijn geen verweerschrift is ingediend, wordt de zaak als verstekzaak afgedaan.
  
 
De beslissing op een uitstelverzoek als hiervoor bedoeld, wordt schriftelijk aan partijen medegedeeld.
  
 
  
3.3. Indien een niet door een procureur vertegenwoordigde gerekwestreerde laat weten verweer te willen voeren, zal, onder terugzending van door gerekwestreerde ingezonden stukken, worden geantwoord
  
dat een verweerschrift alléén door tussenkomst van een procureur kan worden ingediend en
dat gerekwestreerde uitsluitend recht heeft op een mondelinge behandeling na indiening van een verweerschrift.
  
3.4. Sanctie bij te laat ingediend verweerschrift:
  
Te laat ingediende verweerschriften zullen worden geweigerd tenzij:
  
a) verweerder een schriftelijke verklaring van verzoeker overlegt, waaruit blijkt dat deze geen bezwaar heeft of
  
b) verweerder schriftelijk klemmende redenen aanvoert, die de te late indiening rechtvaardigen.
  
 
  
3.5. Referteverklaring:
  
Tot aan de afloop van de verweertermijn kan een referteverklaring worden overgelegd.
  
 
  
De referteverklaring is een schriftelijke door gerekwestreerde ondertekende verklaring, opgesteld conform bijlage 2 bij dit reglement en geautoriseerd door een advocaat, waaruit genoegzaam blijkt dat gerekwestreerde kennis heeft genomen van het verzoekschrift, dat geen verweer zal worden gevoerd en dus ook wordt afgezien van een behandeling ter zitting.
  
Een referteverklaring heeft tot gevolg dat vanaf het moment van ontvangst daarvan de verweertermijn niet verder afgewacht behoeft te worden, alvorens te kunnen beslissen op het ingediende verzoek tot alimentatie, zodat - indien de stukken overigens compleet worden bevonden - aanstonds een datum voor beschikking zal worden bepaald, zonder dat behandeling hoeft plaats te vinden, met uitzondering van een eventueel verhoor van minderjarigen. Voor de indiening van een referteverklaring is geen griffierecht verschuldigd.
  
 
  
4. Verweerschrift op zelfstandig verzoek
  
(zie ook artikel 282 lid 4 Rv)
  
 
  
De hiervoor onder artikel 3 opgenomen bepalingen betreffende het verweerschrift gelden ook voor het verweerschrift op zelfstandig verzoek. Het verweerschrift mag uitsluitend betrekking hebben op het (de) zelfstandig(e) verzoek(en).
  
 
  
5. Behandeling ter zitting
  
(zie ook artikelen 27, 279 en 803 Rv)
  
 
  
5.1. Afzien van behandeling ter zitting:
  
Wanneer zowel verzoeker als verweerder schriftelijk aan de rechter hebben laten weten af te zien van een behandeling ter zitting, blijft deze achterwege, tenzij de rechter termen aanwezig acht toch een behandeling ter zitting te gelasten.
  
 
  
5.2. Dagbepaling:
  
Zodra de procedure zover is gevorderd dat in een zaak een behandeling ter zitting dient te worden bepaald, wordt een datum daarvoor vastgesteld.
  
Bij het bepalen van de zittingsdatum wordt uitgegaan van een oproepingstermijn van 6 tot 8 weken.
  
De oproeping voor de zitting en het opvragen van nog ontbrekende informatie geschieden per brief conform het model in bijlage 3 bij dit reglement.
  
 
  
5.3. Instructie:
  
Wanneer de behoefte en/of de draagkracht van partijen of één van hen betwist wordt/worden, dient tenminste de volgende financiële informatie uiterlijk tien kalenderdagen vóór de zitting te zijn overgelegd:
  
a. van een werknemer de jaaropgaven over het vorige (of voorvorige) jaar en de laatste drie loonopgaven en/of uitkeringsspecificaties;
  
b. van een zelfstandige de laatste drie vastgestelde jaarrekeningen en over de tijd daarna de voorlopige cijfers, ook tussentijdse, beide met toelichting;
  
c. de laatste drie aangiften inkomstenen vermogensbelasting, indien bestaand, met de bijbehorende aanslagen;
  
d. een specificatie van de woonlasten met bewijsstukken;
  
e. bewijsstukken van de eventuele schuld(en) en opgave van de restantschuld(en) en restantlooptijd, alsmede opgave wanneer en waarvoor deze schuld(en) is (zijn) aangegaan en bewijs van aflossing van die schuld(en);
  
f. een bewijsstuk van de premie ziektekostenverzekering alsmede opgave van de (eventuele) bijdrage van de werkgever daarin;
  
g. bewijsstukken van eventuele andere bijzondere kosten;
  
h. de van belang zijnde financiële gegevens van de nieuwe partner van de alimentatieplichtige;
  
i. een draagkrachtberekening (over en weer) met alle daaraan ten grondslag liggende bescheiden voorzover hiervoor nog niet vermeld;
  
j. een behoefteberekening met alle daaraan ten grondslag liggende bescheiden voorzover hiervoor nog niet vermeld;
  
k. bij kinderalimentatie een berekening van de draagkracht van de verzorgende ouder en de onderhoudsplichtige stiefouder;
  
l. een convenant (voorzover aanwezig en van belang).
  
 
  
In de oproepingsbrief worden de ontbrekende bescheiden aangegeven. Deze brief dient - voorzoveel nodig - als bevel bedoeld in artikel 803 Rv. De rechter kan besluiten op informatie die na de hierboven genoemde termijn is binnengekomen geen acht te slaan.
  
 
  
5.4. Verhinderdata:
  
De zittingsdatum zal worden vastgesteld zonder vooraf aan partijen verhinderdata op te vragen.
  
 
  
Partijen kunnen binnen tien kalenderdagen na verzending van de oproep schriftelijk uitstel van de eerste behandeling ter zitting vragen, zulks onder gelijktijdige opgave van verhinderdagen van beide partijen voor een door de rechtbank te bepalen periode. Een met inachtneming van vorenstaande regels gevraagd uitstel zal altijd worden verleend.
  
 
  
5.5. Inlichtingen/informatie verschaffen tijdens of na afloop van de behandeling ter zitting:
  
Indien tijdens de behandeling ter zitting wordt geconstateerd, dat nog nadere informatie nodig is, kan de rechter:
  
ofwel een nieuwe dag bepalen voor voortzetting van de behandeling ter zitting met daarbij een termijn waarbinnen de informatie moet worden verschaft en zonodig een termijn voor de wederpartij om op de verschafte informatie te reageren,
ofwel een termijn bepalen waarbinnen de informatie moet worden verschaft en zonodig een termijn voor de wederpartij om op de verschafte informatie te reageren.
  
Deze termijnen zijn fataal in die zin, dat de rechter geen acht zal slaan op informatie of reacties die na afloop van de gestelde termijnen zijn binnengekomen. De te laat ingekomen informatie wordt teruggezonden.
  
 
  
5.6. Verzoeken om uitstel van de behandeling ter zitting:
  
Op verzoeken om uitstel, die na afloop van de in artikel 5.4. genoemde termijn zijn ingediend, wordt als volgt beslist:
  
wanneer de wederpartij bezwaar maakt, wordt het verzoek slechts toegewezen als degene die uitstel vraagt schriftelijk klemmende redenen aanvoert; bij inwilliging wordt in beginsel een uitstel van maximaal vier weken verleend, voorzover het zittingsrooster dit toelaat;
wanneer de wederpartij schriftelijk instemt, wordt het verzoek toegewezen, tenzij daardoor de procedure onredelijk wordt vertraagd. Van onredelijke vertraging is in het algemeen sprake als sinds de dag waarop de behandeling voor de eerste keer was bepaald één jaar is verlopen. Voorzover het gevraagde uitstel deze termijn overschrijdt, wordt het afgewezen.
 
De partij die uitstel vraagt, dient de verhinderdata van beide partijen op te geven voor een door de rechtbank te bepalen periode.
  
 
De beslissing op een uitstelverzoek als hiervoor bedoeld, wordt schriftelijk aan partijen medegedeeld.
  
 
  
6. Verhoor van minderjarigen
  
 
  
In alimentatiezaken, waarin minderjarigen van 16 tot 18 jaar zijn betrokken, worden deze opgeroepen voor verhoor.
  
Deze oproep wordt ook gedaan
  
indien partijen het eens zijn over de alimentatie,
indien reeds een schriftelijke verklaring van de betreffende minderjarigen is overgelegd.
  
7. Uitspraak
  
(zie ook artikelen 28, 30, 286 tot en met 289 Rv)
  
 
  
Termijn voor uitspraak is:
  
a. bij verstekken en refertes:
  
3 weken na het moment dat is geconstateerd dat de zaak gereed is voor beschikking;
  
b. bij zaken waarin verweer is gevoerd en waarbij is afgezien van behandeling ter zitting:
  
4 weken na het moment dat is geconstateerd dat de zaak gereed is voor beschikking;
  
c. bij zaken waarin verweer is gevoerd en waarbij een behandeling ter zitting heeft plaatsgevonden:
  
4 weken na de datum van de zitting of - indien toen nog een termijn voor overlegging van nadere informatie en een reactie daarop werd gegund-
  
4 weken na afloop van de laatstgenoemde termijn.
  
Zodra zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen op grond waarvan te verwachten is dat de onder c. genoemde termijn niet wordt gehaald, zal ter zitting een langere termijn worden bepaald.
  
 
  
Indien blijkt dat - om welke reden dan ook - de hiervoor vermelde uitspraaktermijnen toch niet gehaald worden, dient dat schriftelijk aan partijen medegedeeld te worden met vermelding van een nieuwe uitspraakdatum.
  
De hiervoor genoemde termijnen zijn bedoeld als maximumtermijnen.
  
 
  
8. Overgangsbepaling
  
 
  
Het reglement is van toepassing op alle procedures vanaf 1 april 2002. Wat betreft de op dat moment lopende procedures is het reglement van toepassing op de proceshandelingen die na 1 april 2002 nog worden verricht.
  
 
  
Bijlage 1
  
 
  
Controlelijst
  
Alimentatieverzoekschriften
  
 
  
Bij controle bleek het verzoekschrift niet te zijn voorzien van de hieronder aangekruiste informatie c.q. bescheiden.
  
 
  
1. verzoekschrift in ...voud
  
2. naam, voornamen van verzoek(st)er
  
3. gba-uittreksel van gerekwestreerde
  
4. naam en adres van procureur/advocaat verzoek(st)er
  
5. naam, voornamen van gerekwestreerde en eventuele belanghebbenden
  
6. naam, voornamen en geboortedatum van ieder kind waarop het verzoek betrekking heeft
  
7. woonplaats/werkelijke verblijfplaats van ieder kind waarop het verzoek betrekking heeft
  
8. echtscheidingsbeschikking en het bewijs van inschrijving
  
9. (eventueel) beschikking waarvan wijziging wordt gevraagd
  
10. een afschrift van de geboorteakte(s) van het/de betreffende kind/kinderen
  
11. overige:
  
 
  
U wordt verzocht de aangekruiste bescheiden alsnog zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk vóór... in één keer aan te vullen.
  
Wanneer na afloop van de gegeven termijnen wordt geconstateerd dat de gevraagde bescheiden niet zijn ontvangen zonder dat daarvoor vóór afloop van genoemde termijnen schriftelijk klemmende redenen zijn aangevoerd, zal verzoek(st)er nietontvankelijk worden verklaard in het verzoek.
  
Indien niet tijdig schriftelijk klemmende redenen zijn aangevoerd, wordt er van uitgegaan dat verzoeker geen prijs stelt op een mondelinge behandeling.
  
 
  
Datum ... De griffier ...
  
 
  
Bijlage 2
  
 
  
Referteverklaring
  
 
  
Ondergetekende,
  
... (naam voluit),
  
... (adres voluit),
  
 
  
verklaart kennis te hebben genomen van het verzoek van
  
... (naam voluit),
  
 
  
in welk verzoekschrift wordt verzocht:
  
... (tekst petitum).
  
 
  
Ondergetekende verzet zich niet tegen
  
het gevraagde.
  
Ondergetekende weet dat hij/zij het recht heeft gedurende (tenminste) 4 weken na ontvangst van het verzoekschrift zich te bezinnen op de vraag of hij/zij verweer zal voeren.
  
Ondergetekende zal echter geen verweer voeren en heeft er geen bezwaar tegen dat de rechtbank reeds voor afloop van voormelde verweertermijn beslist op het genoemde verzoekschrift.
  
Ondergetekende machtigt mr. ... om
  
deze verklaring over te leggen aan de rechtbank.
  
... (plaats)
  
... (datum)
  
(handtekening)
  
 
  
Mr. ... verklaart hierbij het hiervoor genoemde verzoek besproken te hebben met de ondertekenaar van deze referteverklaring voor dat deze gemelde verklaring heeft ondertekend, terwijl ondergetekende heeft geconstateerd dat bovenstaande handtekening afkomstig is van degene die de betreffende verklaring aflegt.
  
(handtekening advocaat).
  
 
  
Bijlage 3
  
 
  
Oproepingsbrief voor de zitting
  
 
  
(kop van brief met Justitie Huisstijl)
  
 
  
In bovenstaande procedure is de behandeling ter zitting bepaald op... om ... uur in het gerechtsgebouw gelegen aan ...
  
 
  
De rechter heeft voorts bepaald dat uiterlijk 10 kalenderdagen voor vermelde behandelingsdatum de hieronder genoemde bescheiden - voorzover aangekruist - dienen te zijn overgelegd:
  
 
  
over te leggen door de verzoek(st)er:
  
( van een werknemer de jaaropgaven over het vorige (of voorvorige) jaar en de laatste drie loonopgaven en/of uitkeringsspecificaties;
  
( van een zelfstandige de laatste drie vastgestelde jaarrekeningen en over de tijd daarna de voorlopige cijfers, ook tussentijdse, beide met toelichting;
  
( de laatste drie aangiften inkomstenen vermogensbelasting, indien bestaand, met de bijbehorende aanslagen;
  
( een specificatie van de woonlasten met bewijsstukken;
  
( bewijsstukken van de eventuele schuld(en) en opgave van de restantschuld(en) en restantlooptijd, alsmede opgave waarvoor deze schuld(en) is (zijn) aangegaan en bewijs van aflossing van die schuld(en);
  
( een bewijsstuk van de premie ziektekostenverzekering alsmede opgave van de (eventuele) bijdrage van de werkgever daarin;
  
( bewijsstukken van eventuele andere bijzondere kosten;
  
( de van belang zijnde financiële gegevens van de nieuwe partner van de alimentatieplichtige;
  
( een draagkrachtberekening (over en weer) met alle daaraan ten grondslag liggende bescheiden voorzover hiervoor nog niet vermeld;
  
( een behoefteberekening met alle daaraan ten grondslag liggende bescheiden voorzover hiervoor nog niet vermeld;
  
( bij kinderalimentatie een berekening van de draagkracht van de verzorgende ouder en de onderhoudsplichtige stiefouder;
  
( een convenant (voorzover aanwezig en van belang);
  
 
  
over te leggen door de verweer(d)(st)er:
  
( van een werknemer de jaaropgaven over het vorige (of voorvorige) jaar en de laatste drie loonopgaven en/of uitkeringsspecificaties;
  
( van een zelfstandige de laatste drie vastgestelde jaarrekeningen en over de tijd daarna de voorlopige cijfers, ook tussentijdse, beide met toelichting;
  
( de laatste drie aangiften inkomstenen vermogensbelasting, indien bestaand, met de bijbehorende aanslagen;
  
( een specificatie van de woonlasten met bewijsstukken;
  
( bewijsstukken van de eventuele schuld(en) en opgave van de restantschuld(en) en restantlooptijd, alsmede opgave waarvoor deze schuld(en) is (zijn) aangegaan en bewijs van aflossing van die schuld(en);
  
( een bewijsstuk van de premie ziektekostenverzekering alsmede opgave van de (eventuele) bijdrage van de werkgever daarin;
  
( bewijsstukken van eventuele andere bijzondere kosten;
  
( de van belang zijnde financiële gegevens van de nieuwe partner van de alimentatieplichtige;
  
( een draagkrachtberekening (over en weer) met alle daaraan ten grondslag
  
liggende bescheiden voorzover hiervoor nog niet vermeld;
  
( een behoefteberekening met alle daaraan ten grondslag liggende bescheiden voorzover hiervoor nog niet vermeld;
  
( bij kinderalimentatie een berekening van de draagkracht van de verzorgende ouder en de onderhoudsplichtige stiefouder;
  
( een convenant (voorzover aanwezig en van belang).
  
 
  
De rechter kan besluiten op informatie die na de hiervoor genoemde termijn is binnengekomen geen acht te slaan.
  
Partijen kunnen binnen tien kalenderdagen na verzending van de oproep schriftelijk uitstel van de eerste behandeling ter zitting vragen, zulks onder gelijktijdige opgave van verhinderdagen van beide partijen voor een door de rechter te bepalen periode. Een met inachtneming van vorenstaande regels gevraagd uitstel zal altijd worden verleend. Van een behandeling ter zitting kan worden afgezien indien zowel verzoek(st)er als verweer(d)(st)er dat schriftelijk aan de rechter hebben laten weten, tenzij de rechter termen aanwezig acht toch een behandeling ter zitting te gelasten.